Verkiezingen? Het programma van Jezus

Heden is dit schriftwoord voor uw oren in vervulling gegaan!

Het is een slechte start in Nazareth. Jezus ontdekt daar al aan de lijve dat een profeet nooit geëerd wordt in zijn eigen dorp of stad. Een profeet roept of overgave of verzet op. Hij of zij schept tweedracht. Profeet zijn is daarom niet iets wat je graag ambieert. Het is riskant. Je is beter om je op de vlakte te houden en te zeggen: Enerzijds is het zo en anderzijds is het anders. Dan houd je iedereen te vriend.

In de tijd van Jezus was men in het al;gemene van mening dat God opgehouden had te spreken tot de mensen, zoals hij deed in de tijd van de grote profeten als Elia, Elisa, Jesaja en Jeremia. Voor Johannes de Doper, die in een kameelharen mantel, zich voedde met sprinkhanen en honing en in de woestijn leefde, en vervolgens moedig rijk en arm, soldaat en burger, priester en leek opriep om zich te bekeren en zich te laten dopen. Die voldeed helemaal aan het beeld wat men toen had van van een profeet.

Hoe word je eigenlijk een profeet?

Je wordt profeet op basis van een roeping. Jeremia hoort het woord van God, die tegen hem zegt: “Ik heb je tot een profeet gemaakt.” Het is geen zelfgemaakte profeet, want hij weigert gewoon zijn opdracht. Hij vindt zichzelf totaal ongeschikt. Hij weet zelfs niet hoe hij moet spreken. Hij is nog maar een kleine jongen. God antwoordt dat God zelf zijn woord in zijn mond zal leggen. Dat God Jeremia al kende zelfs al voor zijn verwekking en dat hij hem voor deze opdracht wilde gebruiken.

Hoe word je geroepen? Voor hen die ambitie hebben om predikant te worden zegt men vaak dat dat kan tenzij je roeping hebt. Voor verschillende andere beroepen geldt ook dat je deze alleen goed kunt uitvoeren als je er een roeping voor hebt. Er zijn er die zeggen dat je een duidelijk en onweerlegbaar concreet teken moet hebben dat God wil dat je zo’n beroep gaat uitoeffenen. Men schrijft het woord roeping met een hoofdletter. Ik denk echter dat het bij een roeping veel vaker gaat om een heel zachte, bijna onhoorbare stem is in je binnenste. Het is een gevoel dat je je moet handelen in een bepaalde situatie.

We leven in een tijd van internet, van twitters, chatterboxen, blogs. Er is zoveel ruis. Wie spreekt het woord van de profeet en wie luistert er nog naar? Wie wil zich nog uitspreken t tegen onrecht, zonder daarbij aan zijn of haar eigen belang te denken?

De eerste preek van Jezus

Een eerste preek is een waagstuk. Jezus eerste preek was een thuiswedstrijd. Het gehoor bestond helemaal uit mensen die hem erg goed kenden. Het waren zijn vrienden van de synagogeklas voor de Bar Mitzwa, die samen met hem examen hadden gedaan om zoon van de wet te worden toen ze 12 jaar oud waren. Hij had met hen opgetrokken toen enkel families uit Nazareth, zoals het de gewoonte was, met Pasen, naar Jeruzalem gingen naar de tempel. Er waren verder mensen bij, van wie hij een houten ploeg had gerepareerd of een tafel in elkaar gezet. Nog helemaal geen Jezus Christus, Zoon van God, geen dogma’s, niet de tweede persoon van de Heilige Drie-eenheid, geen pausen, encyclieken, curie, kathedralen en passiemuziek. Dit is Jezus, een dorpsjongen uit Nazareth, de zoon van Jozef, de timmerman.

In de synagoge las men eerst de Wet, een van de vijf boeken van Mozes en vervolgens de profeten. Iedere volwassen man mocht de boekrol vragen en ging dan na de lezing zitten om de tekst uit te leggen. Jezus begint te lezen uit Jesaja 61. Maar hij houdt op met lezen vlak voor de passage die gaat over de wraak van God. Jezus legt de nadruk op het heil, op de reddende liefde van God.

Groot was de verwachting toen Jezus begon met de tekstuitleg. Blijkbaar was hij eerder niet speciaal opgevallen in het dorp. Wanneer Jezus sprak dan sprak hij met gezag, niet zoals de Schriftgeleerden. Hij zocht niet naar ondersteuning van mensen met bekende namen, hij verwees niet naar de Talmud of naar andere gezaghebbende commentaren op de Heilige Schrift.

Jezus las: “Het Genadejaar van de Heer.” En hij legt uit: “Heden is het Schriftwoord wat je zojuist gehoord hebt vervuld.” Eenvoudig zonder aarzelen vervolgt hij:

  • De Geest des Heren rust op mij en
  • God heeft mij gezalfd.

Hij is de Messias, de Gezalfde, de Koning der koningen, de Heer van de heersers. Zijn Rijk is het Rijk van God dat geen einde kent. Hij is de Hogepriester, de Alpha en de Omega.

  • Hij, God, heeft mij gezonden.
  • Om aan te kondigen het Genadejaar van de Heer. Het Jubeljaar, waar alle onrecht rechtgezet wordt, waar alle hypotheken in een keer afgelost zijn, waar alle bezit teruggaat naar de oorspronkelijke eigenaar. Het is het Sabbatsjaar van de Sabbatsjaren, het 7de van het zeven maal zevende jaar.
  • Om aan armen de Blijde Boodschap te brengen. Hij komt voor degenen die geen hoop meer hebben, de minste van zijn broeders en zusters. Hij geeft troost aan hen die zitten in de vallei van de schaduw van de dood, aan degene die weer opkrabbelen na een natuurramp waar ze alles, familie en bezit, verloren hebben.
  • Om aan gevangenen bevrijding te verkondigen. Jesaja roept het volk op uit de Babylonische Ballingschap. Jezus roept ons op uit een geestelijke gevangenschap. Hij bevrijdt ons uit een vicieuze cirkel van vaste patronen en voorspelbare reacties,, wanneer we daarin beland zijn.
  • Aan blinden genezing. Licht in je ogen, licht in de duisternis.
  • Verdrukten in vrijheid stellen. Dit is een blijvend sociaal element in het Evangelie. Het is een oproep tot handelen, wanneer mensen in nood zitten.

Jesaja profeteerde dit en Jezus past het toe op zichzelf. Deze daad van Jezus toen in Nazareth heeft de wereld blijvend veranderd. Of je nu in Jezus gelooft of niet, of dat je maar een klein beetje gelooft.

Het is hier en nu vervuld”, zegt Jezus. Het lijkt een soort Zen koan. Ineens vallen dingen op hun plaats. De Messias is dus niet de koning, die zich in Jeruzalem vestigt en alle wereldrijken aan zich onderwerpt. De legeraanvoerder die de Romeinen met geweld en wondertekens het Heilige Land uitjaagt.

Neen, het Rijk van God van Jesaja is een rijk van de geest, een rijk van het hart. Het gaat om liefde en om compassie, en niet om vergelding, haat en geweld, zoals die in de wereld de toon aangeven.

De omslag

Hoe kan dat Rijk van God, wat Jezus aankondigt daar en nu gerealiseerd zijn? Door te geloven. Door je in je leven te richten naar de wil van God. Door vrede te stichten met je vijand. Door het kwade te overwinnen dor het goede. Door ervan uit te gaan dat ook de buitenstaander, de vreemdeling, de illegaal, de dakloze zwerver, de weduwe en de wees kinderen van God zijn en er echt en helemaal bij horen.

Er zijn twee mogelijkheden: of je aanvaardt de claim of je verwerpt deze. Maar als je deze aanvaardt wordt je wereld op zijn kop gezet. De sfeer in de synagoge slaat om en de mensen van Jezus een wonder eisen om zijn woorden te bewijzen. Dat zou gemakkelijk zijn. Dan hoef je ook niet meer te geloven. Het wonder is het bewijs. In reactie daarop legt Jezus uit dat dit ook zo was in de tijd van Elija en Elisa. Het heil ging naar de buitenstaanders. Zij waren het die geloofden. De weduwe van Sarfat werd bij een hongersnood geholpen, maar niet de veel arme vrouwen in Israël. Naäman de Syriër, van een vijandig volk, werd genezen van zijn lepra, maar niet de vele lepralijders in Israël.

De mensen van Nazareth namen de teksten heel letterlijk. Ze willen een Messias die Gods Rijk met menselijk geweld tot stand brengt, zoals het in de profeten staat als je die letterlijk neemt. Als je dat doet dan is Jezus een valse profeet, iemand die zijn claim niet waar wil maken door een wonderteken. De liefde slaat om in haat, en ze verzamelen zich om Jezus van de berg af te gooien en vervolgens te stenigen, wegens godslastering,. Maar Jezus wandelt door de menigte heen en verlaat Nazareth ongedeerd. In Kapernaum is hij verder onbekend en is men open voor zijn woord. Hier krijgt hij ook zijn eerste volgelingen.

Conclusie

Jezus vraagt van zijn toehoorders in Nazareth om een sprong in het onbekende te maken. Jezus vraagt dat elke keer weer, wanneer gelovigen verstard raken in dogma’s. Hoe is het met onze spiritualiteit? Hoe is onze gang door het leven met ons geloof? Hoe raakten we erbij betrokken? Hoe weden we geroepen? De rol die je ouders speelden, je levenspartner. Hoe spelen trouw, geloof, liefde, hoop en compassie een rol in je leven? Het geloof als gevoel dat je gedragen wordt, dat je leven uiteindelijk in Gods hand is. Jeremia zegt: “Nog voor ik verwekt werd kende God mij al.” Elke keer als je het gevoel hebt dat je tekort schiet dat je niet voldoet aan de hoge eisen horen: “Je hoeft niet bang te zijn. Het is je opdracht. Ik zal bij je zijn.”

Geloof is overgave, een sprong in het duister. Dat vraagt Jezus van zijn toehoorders in Nazareth en Kapernaum. Jezus leert: “Het is er al. Het Rijk van God en de Messias. Maar anders dan je dacht. Jezus is zelf de persoon: model, een levend at consistent is met zijn leer, moedig, een innige band met God, liefde voor hen, die naar hem komen met hun zorgen, hun ziekten, hun rouw, hun vragen, hun zorgen.

Niemand wordt door hem afgewezen om zijn geslacht, afkomst, status, zelfs om om zijn of hara geloof of ongeloof.

Heer, ik geloof, Kom mijn ongeloof te hulp.”

Amen